Deze publicatie is een referentiewerk voor al wie in Vlaanderen actief is in de bibliotheeksector of op een documentatiedienst. We bespreken informatievaardigheden binnen en buiten de bibliotheek, de verschillende aspecten en soorten van informatiebronnen, en de uitdagingen en implementatie van kennismanagement.
Informatie en informatievaardigheid zijn twee belangrijke begrippen in tijden van fake news en alternative facts. Maar wat is een informatievaardig persoon en welke rol speelt de bibliothecaris om informatievaardigheid te faciliteren?
In het eerste deel bespreken we informatievaardigheden en de evolutie van de rol van de bibliotheek daarin, maken we je snel wegwijs in de informatiezoektocht en -verwerking, en lichten we het concept ‘mediawijze bibliotheken’ toe.
In het tweede deel gaan we in op de verschillende aspecten van informatiebronnen, met aandacht voor o.a. het wettelijk depot en de Belgische Bibliografie, de Koninklijke Bibliotheek van België, en Open Science. We geven ook overzichten van concrete bronnen die van pas kunnen komen voor bibliotheek- en documentatiemedewerkers.
Het derde en laatste deel is gericht op het beheren van informatie binnen je organisatie. Daarin bespreken we de uitdagingen van kennismanagement voor de informatiespecialist en geven we een praktische toolkit mee voor de implementatie ervan.
Docent, onderzoeker en opleidingscoördinator van de opleiding Informatiebeheer aan de Arteveldehogeschool, Jan Van Hee, schreef een uitgebreide toolkit voor de implementatie van kennismanagement binnen organisaties.
Ideaal om je op een zomers terras nog wat bij te scholen.
Lore Demedts, medewerker van de dienst onderwijsbeleid, las voor ons het laatste themanummer van Th&ma (ja, het wordt een beetje meta) over publiceren en Open Access: publiceren zonder drempels.
Th&ma 2
TH&MA signaleert al 26 jaar de laatste nationale en internationale ontwikkelingen en deelt ervaringen van collega’s uit het vakgebied.
Er werden onder meer veel kritische vragen gesteld over de enorme hoeveelheid aan publicaties in covid-tijden met een zeer gebrekkige kwaliteit.
In een interview met Robert-Jan Smits, ziet deze voormalig speciaal Europees gezant voor open access, open acces als een morele zaak: kennis die met belastinggeld is vergaard dient voor iedereen beschikbaar te zijn. Is de tijd van de glanzende en dure tijdschriften dan voorbij? De jonge generatie staat inderdaad meer open, voor sharing en sustainability.
In De uitgeverij en de bibliotheek schetst Leo Waaijers, bibliothecaris in TUDelft, hoe kenniscirculatie zich op een tweesprong bevindt. In de digitale revolutie van het wetenschappelijk publiceren zijn de grote klassieke uitgevers het best weggekomen: de bibliotheken hebben flinke averij opgelopen. De universiteitsbibliothecaris maakt plaats voor een verandermanager. De zeggenschap over onderzoeksdata, vaak onderdeel van publicaties, is een heet hangijzer.
Jeroen Sondersvan (Universiteit Utrecht) ziet in Ongelimiteerd toegang tot wetenschap toch wel wat haken en ogen aan open acces. Door het streven naar open access verandert de manier van wetenschap bedrijven in hoog tempo. Toch lijkt een permanente vrije toegang tot publicaties geen eenvoudige opgave. Open, is niet echt ‘open’. De kernboodschap is dat onze internationale toppositie op het spel zal komen te staan
De plannen van cOAlition S: De deur open naar wetenschappelijk werk gaat in op de vele voordelen van open access voor de snelle verspreiding van de wetenschap, waar iedereen het wel over eens is. Helaas loopt de realiteit achter op de wens. Daarom heeft Plan S één doel voor ogen: publicaties volledig en onmiddellijk beschikbaar maken.
Irene van Rossum (Amsterdam University Press) schetst in Uitgeven kost tijd en geld: Overleven in een fragiel systeem de vraag die sommige mensen zich stellen: wat doen uitgeverijen in ruil voor de royale winst die ze behalen? De ene uitgever is echter de andere niet. Het komt erop neer dat uitgeven, net als lesgeven en onderzoek, veel tijd en geld kost.
Ook in Een gedeeld idee van waarheid: de ambitie van uitgeverij Brill wordt ingegaan op de valkuilen en mogelijkheden van een systeem van open access
In Tijd voor een organischer model: peerreview in de aandachtseconomie beschrijven Remco Heesen (Rijksuniversiteit Groningen) en Liam Kofi Bright (Londen School of Economics) hoe vaktijdschriften experts inzetten om bijdragen te beoordelen, zodat de geïnteresseerde leek weet welke mening hij serieus moet nemen. Op zichzelf een goed systeem maar met een negatieve invloed op de tijdsbesteding van wetenschappers. Zij pleiten daarom voor peerreview na publicatie.
Gerben ter Riet (Hogeschool van Amsterdam) vraag zich in Ken je beperkingen en schrijf ze op: zelfkritisch kijken naar je eigen werk af of we schrijven om te informeren, te overtuigen, te inspireren of om tot actie aan te zetten? Daarom stelt hij voor om een lijst met beperkingen van je onderzoek te maken en die toe te voegen als bijlage.
Van nieuwsgierigheid naar vooruitgang: de complementaire rol van praktijkgericht onderzoek is van de hand van Alex Verkade (Regieorgaan SIA, Utrecht). Praktijkgericht onderzoek streeft per definitie naar openheid. De uitgangspunten van open science passen daarom uitstekend bij het hoger beroepsonderwijs. Maar in de uitwerking is de aansluiting alleen nog niet overal even naadloos. De belangrijkste vraag is misschien wel: werkt het? Maken we het gewenste verschil? Het is essentieel dat we die publicaties niet zien als representatief voor de totale kennisproductie.
Jeroen Kuijper (Hogeschool van Amsterdam) schreef Dit artikel bestaat niet: Over publiceren en vindbaarheid. Optimaal gebruik maken van de beschikbare middelen voor een betere vindbaarheid helpt onderzoekers bij het verkrijgen van een grotere zichtbaarheid. Een steeds grotere stroom aan informatie maakt het filteren en vinden steeds belangrijker. Het is grotendeels handwerk van experts die goed thuis zijn in een vakgebied. Het is vinden en gevonden worden – trouwens niet alleen voor wetenschappers.
De afsluiter van het tijdschrift is van de hand van onze onderwijsoptimist, Dirk Van Damme: Het verborgen curriculum. You’re hired for your knowledge, but you’re fired for your social skills. Studenten bleken in vier jaar nauwelijks voortgang te boeken inzake kritisch denken.
Zo kijk ik terug op mijn voorbije stageperiode. Ik werkte niet alleen een project en vorming uit, maar kreeg ook de kans om me toe te leggen op specifieke bibliotheektaken.
Joris Blomme in actie
Stageproject
Mijn stageopdracht bestond er vooral in om de uitbouw van het nieuwe kenniscentrum voor te bereiden, met name de verschillende erfgoedcollecties in Knokke-Heist te lokaliseren, evalueren, uit te dunnen en te inventariseren. Als voorbereiding op het échte werk deponeerde ik in de zomer van 2021 reeds de voormalige museumcollectie in diverse dozen. Aangezien ik tijdens de vakantie al kon beginnen met de museumbibliotheek vrij te maken, konden de dozen met boeken tamelijk snel worden overgebracht naar het magazijn van Hoofdbibliotheek Scharpoord in Knokke-Heist.
Vanaf september 2021 bekeek ik dan bij elke deelcollectie (magazijn bib Knokke – museum Sincfala – brandweer) grondig wat precies bruikbaar en nuttig is voor HEY. De werken werden, indien dit nog niet gebeurde, eveneens geïnventariseerd.
Selectiecriteria
Na het samenbrengen van de erfgoedcollecties, stelde ik in samenspraak met de erfgoedcoördinator en het bibliotheekpersoneel duidelijke selectiecriteria op, waarmee ik op een efficiënte en effectieve manier aan de slag kon om de circa 14.000 werken te screenen op basis van: inhoud, relevantie en toestand. Desondanks hier van een huzarenstukje kan gesproken worden, is dit vlotter verlopen dan oorspronkelijk gedacht.
Zo zal pure fictie en fysieke tijdschriften eerder beperkt blijven, terwijl poëzie en ambtelijke stukken sowieso niet worden opgenomen in de hervormde HEY-collectie. Goed om weten is dat er bovendien in het verleden reeds heel wat boekjes ingescand en digitaal ter beschikking gesteld zijn. Stukken die niet in het HEY-concept passen, worden ofwel overgedragen aan het archief, andere erfgoedinstellingen ofwel afgevoerd.
Ik ging stap voor stap de lijst af met werken van de Sint-Guthagocollectie (gele sticker), de KH-collectie (witte sticker) en overige deelcollecties. Door dit te vergelijken met de bibliotheekcatalogus kon ik zien hoeveel exemplaren er van elk boek aanwezig waren. Naast het aantal exemplaren, noteerde ik de korte inhoud en duidde ik aan of het werk bruikbaar is in het nieuwe kenniscentrum. Tevens haalde ik dubbele werken eruit, zodat op het einde van de rit maar één exemplaar meer werd overgehouden. Bij verschillende uitgaves wordt routineus de laatste editie bewaard.
Vragen onderweg
Naargelang ik me meer en meer verdiepte in de materie, botste ik soms op bepaalde zaken: horen boeken over kunst en/of zaken i.v.m. Zeebrugge wel of niet thuis in het nieuwe centrum én wat met folders over tentoonstellingen? Ik ging vanaf het begin in overleg met de vaste medewerkers om te weten welke materialen er de moeite zijn om op te nemen in het kenniscentrum. Vooraleer ik een vorming kon geven aan anderen, was het uitermate belangrijk om zelf eerst te weten met welke criteria er allemaal dient rekening gehouden te worden om een dergelijke erfgoedcollectie te hervormen.
Verder vroeg ik me af op welke wijze de uiteindelijk samengebrachte erfgoedcollectie over Knokke-Heist ontsloten zal worden voor mensen die hier gebruik van wensen te maken: wat komt er online beschikbaar, wat wordt enkel ter beschikking gesteld voor mensen die HEY komen bezoeken? Het is immers de bedoeling dat vanaf de opening van het nieuwe kenniscentrum de hervormde collectie op eenvoudige wijze raadpleegbaar is.
Samenwerken is een must!
Niet alleen ben ik trots op het verwezenlijken van de herziening, evaluatie en uitdunning van de lokale erfgoedcollectie. Ook ben ik fier op de band die ik intussen heb kunnen opbouwen met mijn stagementor en de andere medewerkers op de werkvloer. Dit komt het project immers alleen maar ten goede. Op regelmatige tijdstippen overlegde ik bovendien met mijn stagementor en het diensthoofd, zodat ik meteen verder kon met de realisatie van het project. Daarnaast stonden er verschillende vergadermomenten met de erfgoedcoördinator op het programma om de stand van zaken te bespreken en ook vooruit te kijken.
Ook andere taken
Ik legde me niet alleen toe op het vormgeven van de vernieuwde gemeentelijke erfgoedcollectie, maar maakte geleidelijk aan ook kennis met een arsenaal aan taken van de gemiddelde bibliotheekmedewerker. Ik kreeg dus niet alleen de kans om de vernieuwde erfgoedcollectie voor HEY vorm te geven, maar mocht tussendoor ook proeven van dagdagelijkse taken waarmee een bibliotheekmedewerker mee geconfronteerd wordt: mensen te woord staan, kranten en tijdschriften in orde brengen, baliewerk, boeken wegzetten, Itsme helpen activeren, leeszaalpermanentie… Daarnaast hielp ik reeds enkele keren mee bij Digidesk. Hier kunnen mensen terecht met allerhande soorten vragen over hun computer, laptop, tablet, smartphone …
Vorming
In februari was het dan eindelijk zover! Ik mocht de zelf in elkaar gestoken vorming geven aan de voltallige projectgroep, inclusief mijn stagementor. De interne vorming ging over het beheer van de erfgoedcollectie en hoe je ervoor zorgt dat deze actueel blijft. Hierin legde ik duidelijk uit aan welke eisen er voldaan moeten worden om van een degelijke en actuele collectie te kunnen spreken. Denk bijvoorbeeld aan het wieden van irrelevante werken, het afvoeren van dubbele exemplaren, maar zeker ook aan het toevoegen van essentiële erfgoedstukken. Verder bracht ik duidelijk in kaart welke (soort) boeken er al dan niet zullen meeverhuizen naar het nieuwe kenniscentrum. Voor de planning en uitwerking van deze sessie heb ik reeds verschillende malen samengezeten met mijn mentor om het nodige onderling te bespreken.
Supervisiemomenten
De afwisseling van stage lopen en les volgen is vast en zeker een grote meerwaarde binnen het graduaat Informatiebeheer aan de Arteveldehogeschool in Gent! De mix van het praktijkgericht leren en het opdoen van kennis tijdens de lessen is een héél interessante combi! Je leert nu eenmaal niet alleen van het ene of andere, maar net door de afwisseling van de twee. Daarnaast krijgen we tijdens specifieke momenten, genaamd ‘Supervisies’, de kans om ervaringen uit te wisselen over dingen die we leerden op stage, opgedane kennis, praktijkcases op stage… De toffe groepssfeer en het fijne welkomstgevoel zorgen er immers voor dat je je meteen op je plek voelt, zowel in de opleiding als op de praktijkplaats.
Zelf vond ik de supervisiemomenten erg verrijkend! Niet alleen omdat je inhoudelijk heel wat bijleerde, zoals hoe je een duidelijke projectfiche en vlotte presentatie maakt, maar resoluut ook door de ervaringen en meningen van medestudenten. Op deze momenten nam ik de rol op van een enthousiaste, hulpvaardige student met een hart voor mijn medestudenten. Met mijn liefde voor de sector wil ik immers anderen aansporen om zoveel mogelijk hun talenten in te zetten en er te zijn voor elkaar.
Zowel gedurende het eerste als het tweede semester was er sprake van een accurate opvolging en begeleiding, zowel tijdens als buiten de lessen. Een voorbeeldje hiervan is het snelle antwoord bij prangende vragen of berichtjes die ’s avonds laat nog door de stagementor of docent beantwoord werden.
Conclusie
Ik kan dus besluiten dat ik reeds heel wat kennis heb mogen verwerven in de voorbijé maanden en hoop dan ook dat dit in de toekomst alleen maar exponentieel kan blijven toenemen! Eén van mijn motto’s is niet voor niets “Het is nooit te laat om iets nieuws te leren”. Wat ik graag zou willen meenemen naar de toekomst is het feit dat je op je eentje nergens staat, maar een enthousiast team en toegankelijke collega’s rondom je nodig hebt, want Teamwork, makes the dreamwork!
Dankwoord
Ik wil heel graag in eerste instantie mijn praktijkdocent Ann Van De Vijver en stagementor Sofie Leyns bedanken voor de uitstekende begeleiding en fijne babbels tussendoor. Daarnaast waren ze het aanspreekpunt bij uitstek in geval van vragen, problemen of bij andere prangende zaken. Daarnaast wil ik ook Lieva Buysse en Christine Bonny bedanken voor de aangeboden hulp bij het invoeren of afschrijven van de boeken in Wise. En last, but not least, Thomas De Groote, diensthoofd bibliotheek & erfgoed én Thomas Hoeberigs, erfgoedcoördinator binnen de gemeente Knokke-Heist.