Verslag studiedag “Tussen bubbel en silo: sporen naar adequate informatie”

FELNET, Ellipsgebouw, Brussel, donderdag 24 november 2022

Op donderdag 24 november trok docent Stijn Meersseman naar Brussel voor een studiedag georganiseerd door FELNET, een samenwerkingsverband van bibliotheken, documentatie- of informatiecentra, informatheken of onder welke benaming ze ook operationeel zijn, met een hoofd- of deelcollectie “omgeving” (dit is ruimer dan enkel milieu-informatie).

Met een verwijzing naar de informatiebubbel (waar massa’s info met gelijkaardige strekking samenkomt) en de informatiesilo’s waar veel content opgesloten zit (bv. achter de betaalmuur van een uitgever), was het centrale thema “open science”.  Op zich een term die vele ladingen dekt.  Tegenwoordig worden onder “open science” verstaan, alle aspecten en onderdelen van modern onderzoek waarbij gepoogd wordt om die zo open en transparant mogelijk te laten verlopen.  Doel is de controleerbaarheid van onderzoek verhogen, maar tegelijk ook onderzoeksresultaten EN bronnen uitwisselbaar te maken waardoor nieuw onderzoek op bestaande gegevens makkelijker moet worden.  Het ultieme doel van “open science” is het stimuleren van onderzoek door eerder onderzoek zo toegankelijk mogelijk te maken, vrij van hindernissen en drempels.

Het gaat daarbij niet enkel om de traditionele “open access” (=vrij en gratis beschikbaar zijn van onderzoeksresultaten, boeken, artikels), maar ook over “open source”(voor software), open peer review (transparante wetenschappelijke controle over onderzoek), “open data” (toegankelijkheid van onderzoeksdata), “open educational resources of OER” (vrij te delen onderwijsbronnen), “citizen science” (onderzoek met medewerking van het publiek) en nog veel meer.

Inge Van Nieuwerburgh gaf een mooi overzicht van allerlei initiatieven en hun samenhang. Op internationaal vlak heeft UNESCO naar aanleiding van de COVID-crisis een duidelijke aanbeveling gedaan om meer in te zetten op open sciences, in de strijd tegen o.a. Corona. Op Europees niveau ontwikkelt zich stilaan de EOSC (European Open Science Cloud), een platform dat de samenwerking op EU-vlak moet samenbrengen en stimuleren.  Op Vlaams niveau is er de Flemish Open Science Board (FOSB) en het Flemish Research Data Network (FRDN).  En tegelijk probeert men wereldwijd met Coalition-S via een samenwerking van financiers van onderzoek zoveel mogelijk publicaties standaard in open access te krijgen.  Er beweegt dus op alle niveau’s wereldwijd één en ander op vlak van Open Science.

De voornaamste trends dezer dagen zijn:

  • Toename van preprints. Dit zijn artikels die nog niet peerreviewed zijn, maar wel al publiek gemaakt worden met de bedoeling onderzoeksresultaten sneller te delen (zeker belangrijk bij COVID-onderzoek), maar dit levert soms foute resultaten op. En dat is dan weer soms de basis van fake news. Rien Emmery (van Knack en VRT) gaf later op de dag een inkijk in hoe fake news soms ontstaat op basis van verkeerde bronnen, en hoe weinig je daar soms tegen kan doen of moet doen.
  • Open Peer Review neemt aan belang toe ten nadele van redactionele peer review.
  • Verschijnen van Diamond open access. Dit is het type open access waar noch de auteur, noch de lezer kosten hebben. De kosten voor het hosten van servers en onderhouden van platformen wordt hier gedragen door collectieve financieringsbronnen. Dit is eigenlijk een doorgedreven vorm van Green Open access waarbij institutionele E-archieven van instellingen voor de verspreiding en kosten instaan van hun eigen publicaties.

Joost van de Walle, emeritus, is als Open Science ambassador voor KULeuven actief en promoot dus actief open science in academische kringen in België.  Hij had het vooral over de cultuuromslag die nodig is om werkelijk open science te kunnen bedrijven.  Hij verwees o.a. naar een basisartikel over “science as a global public good” van G.S. Boulton.  Maar ook UNESCO heeft een aantal aanbevelingen gedaan die de moeite waard zijn om eens na te lezen.

Laura Mesotten van KULeuven gaf een overzicht van de alternatieven die er zijn om open access toch gefinancierd te krijgen en ze vermeldde enkele interessante initiatieven in de sfeer van Diamond Open access:

  • www.openjournals.nl
  • Open Library of Humanities (openlibhums.org)
  • Het open journalsplatform van Ugent is hier overigens ook een mooi voorbeeld van: http://openjournals.ugent.be.  Hier staan nu al enkele tientallen vrij beschikbare tijdschriften online, die allemaal een link met UGent hebben (het is ook de plaats waar het door onze bibliotheek ingescande “Res Publica” te vinden is dat sedert de opstart al vele duizenden keren is bekeken en gedownload).

De beweging naar meer open science heeft echter een paar gevolgen, o.a. op vlak van fake News.  Journalist Rien Emmery van o.a. Knack en VRT NWS, bood een inkijk in hoe fake news ontstaat, en hoe het verspreid geraakt.  En hij stelde ook de vraag kunnen we, of moeten we, daar iets aan doen.  Er is volgens hem gigantisch veel misinformatie te vinden en wel om tal van redenen:

  • Verkeerd begrepen artikels en onderzoeken
  • Grotere verspreiding van pre-prints (artikels die nog niet de kritische blik van een redactie gepasseerd zijn, maar wel al online staan, met het risico dat er nadien fouten in blijken te staan).
  • Het ontstaan van predatory journals, die er een business maken om ALLES te publiceren zonder controle of peer review.  Ze zijn soms moeilijk te onderscheiden van echte betrouwbare bronnen.
  • Verschillende soorten artikels hebben een verschillend gewicht.  Een redactioneel artikel kan de grootste nonsens bevatten, maar is geen wetenschappelijk gefundeerd document. Toch worden deze tegenwoordig meer en sneller verspreid.
  • De bewijspiramide. Het ene manke bewijs ondersteunt het andere.
  • Er zijn ook meer ingetrokken artikels door de snelheid waarmee onderzoek verspreid wordt.  M.a.w. artikels blijken soms fouten te bevatten, maar de inhoud is intussen wel al verspreid en wordt aangegrepen door slechtwillenden.

Een pasklare oplossing is er niet. Het is ook maar de vraag of we echt iets aan de onwil van een kleine minderheid kunnen doen. Complotdenkers zullen er altijd zijn, de meerderheid denkt wel nog correct.  Een deel van de oplossing zit in een betere wetenschapscommunicatie, zowel bij onderzoekers als bij journalisten….

De rest van de dag werd gevuld met een hele reeks praktijkcases met projecten, platforms en organisaties die een rol spelen in, of bezig zijn met, open science en alle aspecten ervan.

Inge Van Nieuwerburgh, sedert een jaar voorzitter van OPENAIRE, had het over het Europese niveau met o.a. EOSC (European Open Science Cloud) (zie ook http://openaire.eu, http://eosc.eu, https://zenodo.org (een open data repository)).  Ilse De Bal concentreerde zich dan op wat op Vlaams niveau gebeurt rond open Science, meer bepaald het FRIS (Flanders Research Information Space, op https://researchportal.be/nl).  Met Anneleen Baerts werd dan verder ingezoomd op het niveau van de Universiteit Antwerpen en haar Antigoon onderzoeksdatabank.

Een interessante bijdrage was die van Brecht Van de Vyvere, die vertelde over de Vlaamse data space en de link met Solid (het project van o.a. Tim Berners-Lee om het internet meer privacybestendig te maken) en LDES (Linked Data Event Streams.

De laatste lezingen spitsten zich toe om heel concrete toepassingen binnen instellingen of sectoren:

  • Dimitri Brosens over open biodiversiteitsdata in het kader van de Global Biodiversity Information Facility;
  • Koen Lefever over het Joint Programming Initiative Healthy and Productive Seas and Oceans; 
  • Peter Lootens van het ILVO had het over het databeheer mbt. Dronevluchten (bij het beoordelen van proefvelden);
  • En Lennert Tyberghein van het VLIZ over de maritieme informatiehub die het Vlaams Instituut voor de Zee opzet met alle info over de zee die ze ter beschikking heeft.

Stijn Meersseman Faculteitsbibliothecaris Politieke en Sociale Wetenschappen UGent

Informatie zoeken, gebruiken en beoordelen

Vers van de pers gerold bij uitgeverij Politeia: “Informatie zoeken, gebruiken en beoordelen“. De redactieploeg van de VVBAD wist een knap overzichtswerk te maken voor elke informatieprofessional.

Deze publicatie is een referentiewerk voor al wie in Vlaanderen actief is in de bibliotheeksector of op een documentatiedienst. We bespreken informatievaardigheden binnen en buiten de bibliotheek, de verschillende aspecten en soorten van informatiebronnen, en de uitdagingen en implementatie van kennismanagement.

Informatie en informatievaardigheid zijn twee belangrijke begrippen in tijden van fake news en alternative facts. Maar wat is een informatievaardig persoon en welke rol speelt de bibliothecaris om informatievaardigheid te faciliteren?

In het eerste deel bespreken we informatievaardigheden en de evolutie van de rol van de bibliotheek daarin, maken we je snel wegwijs in de informatiezoektocht en -verwerking, en lichten we het concept ‘mediawijze bibliotheken’ toe.

In het tweede deel gaan we in op de verschillende aspecten van informatiebronnen, met aandacht voor o.a. het wettelijk depot en de Belgische Bibliografie, de Koninklijke Bibliotheek van België, en Open Science. We geven ook overzichten van concrete bronnen die van pas kunnen komen voor bibliotheek- en documentatiemedewerkers.

Het derde en laatste deel is gericht op het beheren van informatie binnen je organisatie. Daarin bespreken we de uitdagingen van kennismanagement voor de informatiespecialist en geven we een praktische toolkit mee voor de implementatie ervan.

Docent, onderzoeker en opleidingscoördinator van de opleiding Informatiebeheer aan de Arteveldehogeschool, Jan Van Hee, schreef een uitgebreide toolkit voor de implementatie van kennismanagement binnen organisaties.

Ideaal om je op een zomers terras nog wat bij te scholen.

Leestip: Th&ma2 Hoger Onderwijs ‘publiceren zonder drempels’

Lore Demedts, medewerker van de dienst onderwijsbeleid, las voor ons het laatste themanummer van Th&ma (ja, het wordt een beetje meta) over publiceren en Open Access: publiceren zonder drempels.

Th&ma 2

TH&MA signaleert al 26 jaar de laatste nationale en internationale ontwikkelingen en deelt ervaringen van collega’s uit het vakgebied.

Er werden onder meer veel kritische vragen gesteld over de enorme hoeveelheid aan publicaties in covid-tijden met een zeer gebrekkige kwaliteit.

In een interview met Robert-Jan Smits, ziet deze voormalig speciaal Europees gezant voor open access, open acces als een morele zaak: kennis die met belastinggeld is vergaard dient voor iedereen beschikbaar te zijn. Is de tijd van de glanzende en dure tijdschriften dan voorbij? De jonge generatie staat inderdaad meer open, voor sharing en sustainability.

In De uitgeverij en de bibliotheek schetst Leo Waaijers, bibliothecaris in TUDelft, hoe kenniscirculatie zich op een tweesprong bevindt. In de digitale revolutie van het wetenschappelijk publiceren zijn de grote klassieke uitgevers het best weggekomen: de bibliotheken hebben flinke averij opgelopen. De universiteitsbibliothecaris maakt plaats voor een verandermanager. De zeggenschap over onderzoeksdata, vaak onderdeel van publicaties, is een heet hangijzer.

Jeroen Sondersvan (Universiteit Utrecht) ziet in Ongelimiteerd toegang tot wetenschap toch wel wat haken en ogen aan open acces. Door het streven naar open access verandert de manier van wetenschap bedrijven in hoog tempo. Toch lijkt een permanente vrije toegang tot publicaties geen eenvoudige opgave. Open, is niet echt ‘open’. De kernboodschap is dat onze internationale toppositie op het spel zal komen te staan

De plannen van cOAlition S: De deur open naar wetenschappelijk werk gaat in op de vele voordelen van open access voor de snelle verspreiding van de wetenschap, waar iedereen het wel over eens is. Helaas loopt de realiteit achter op de wens. Daarom heeft Plan S één doel voor ogen: publicaties volledig en onmiddellijk beschikbaar maken.

Irene van Rossum (Amsterdam University Press) schetst in Uitgeven kost tijd en geld: Overleven in een fragiel systeem de vraag die sommige mensen zich stellen: wat doen uitgeverijen in ruil voor de royale winst die ze behalen? De ene uitgever is echter de andere niet. Het komt erop neer dat uitgeven, net als lesgeven en onderzoek, veel tijd en geld kost.

Ook in Een gedeeld idee van waarheid: de ambitie van uitgeverij Brill wordt ingegaan op de valkuilen en mogelijkheden van een systeem van open access

In Tijd voor een organischer model: peerreview in de aandachtseconomie beschrijven Remco Heesen (Rijksuniversiteit Groningen) en Liam Kofi Bright (Londen School of Economics) hoe vaktijdschriften experts inzetten om bijdragen te beoordelen, zodat de geïnteresseerde leek weet welke mening hij serieus moet nemen. Op zichzelf een goed systeem maar met een negatieve invloed op de tijdsbesteding van wetenschappers. Zij pleiten daarom voor peerreview na publicatie.

Gerben ter Riet (Hogeschool van Amsterdam) vraag zich in Ken je beperkingen en schrijf ze op: zelfkritisch kijken naar je eigen werk af of we schrijven om te informeren, te overtuigen, te inspireren of om tot actie aan te zetten? Daarom stelt hij voor om een lijst met beperkingen van je onderzoek te maken en die toe te voegen als bijlage.

Van nieuwsgierigheid naar vooruitgang: de complementaire rol van praktijkgericht onderzoek is van de hand van Alex Verkade (Regieorgaan SIA, Utrecht). Praktijkgericht onderzoek streeft per definitie naar openheid. De uitgangspunten van open science passen daarom uitstekend bij het hoger beroepsonderwijs. Maar in de uitwerking is de aansluiting alleen nog niet overal even naadloos. De belangrijkste vraag is misschien wel: werkt het? Maken we het gewenste verschil? Het is essentieel dat we die publicaties niet zien als representatief voor de totale kennisproductie.

Jeroen Kuijper (Hogeschool van Amsterdam) schreef Dit artikel bestaat niet: Over publiceren en vindbaarheid. Optimaal gebruik maken van de beschikbare middelen voor een betere vindbaarheid helpt onderzoekers bij het verkrijgen van een grotere zichtbaarheid. Een steeds grotere stroom aan informatie maakt het filteren en vinden steeds belangrijker. Het is grotendeels handwerk van experts die goed thuis zijn in een vakgebied. Het is vinden en gevonden worden – trouwens niet alleen voor wetenschappers.

De afsluiter van het tijdschrift is van de hand van onze onderwijsoptimist, Dirk Van Damme: Het verborgen curriculum. You’re hired for your knowledge, but you’re fired for your social skills. Studenten bleken in vier jaar nauwelijks voortgang te boeken inzake kritisch denken.

Op reis door de lokale erfgoedcollectie van Knokke-Heist

Verslag Joris Blomme

“Boeiend, leerrijk en veelzijdig.”

Zo kijk ik terug op mijn voorbije stageperiode. Ik werkte niet alleen een project en vorming uit, maar kreeg ook de kans om me toe te leggen op specifieke bibliotheektaken.

Joris Blomme in actie

Stageproject

Mijn stageopdracht bestond er vooral in om de uitbouw van het nieuwe kenniscentrum voor te bereiden, met name de verschillende erfgoedcollecties in Knokke-Heist te lokaliseren, evalueren, uit te dunnen en te inventariseren. Als voorbereiding op het échte werk deponeerde ik in de zomer van 2021 reeds de voormalige museumcollectie in diverse dozen. Aangezien ik tijdens de vakantie al kon beginnen met de museumbibliotheek vrij te maken, konden de dozen met boeken tamelijk snel worden overgebracht naar het magazijn van Hoofdbibliotheek Scharpoord in Knokke-Heist.

Vanaf september 2021 bekeek ik dan bij elke deelcollectie (magazijn bib Knokke – museum Sincfala – brandweer) grondig wat precies bruikbaar en nuttig is voor HEY. De werken werden, indien dit nog niet gebeurde, eveneens geïnventariseerd.

Selectiecriteria

Na het samenbrengen van de erfgoedcollecties, stelde ik in samenspraak met de erfgoedcoördinator en het bibliotheekpersoneel duidelijke selectiecriteria op, waarmee ik op een efficiënte en effectieve manier aan de slag kon om de circa 14.000 werken te screenen op basis van: inhoud, relevantie en toestand.
Desondanks hier van een huzarenstukje kan gesproken worden, is dit vlotter verlopen dan oorspronkelijk gedacht.

Zo zal pure fictie en fysieke tijdschriften eerder beperkt blijven, terwijl poëzie en ambtelijke stukken sowieso niet worden opgenomen in de hervormde HEY-collectie. Goed om weten is dat er bovendien in het verleden reeds heel wat boekjes ingescand en digitaal ter beschikking gesteld zijn. Stukken die niet in
het HEY-concept passen, worden ofwel overgedragen aan het archief, andere erfgoedinstellingen ofwel afgevoerd.

Ik ging stap voor stap de lijst af met werken van de Sint-Guthagocollectie (gele sticker), de KH-collectie (witte sticker) en overige deelcollecties. Door dit te vergelijken met de bibliotheekcatalogus kon ik zien hoeveel exemplaren er van elk boek aanwezig waren. Naast het aantal exemplaren, noteerde ik de korte
inhoud en duidde ik aan of het werk bruikbaar is in het nieuwe kenniscentrum. Tevens haalde ik dubbele werken eruit, zodat op het einde van de rit maar één exemplaar meer werd overgehouden. Bij verschillende uitgaves wordt routineus de laatste editie bewaard.

Vragen onderweg

Naargelang ik me meer en meer verdiepte in de materie, botste ik soms op bepaalde zaken: horen boeken over kunst en/of zaken i.v.m. Zeebrugge wel of niet thuis in het nieuwe centrum én wat met folders over tentoonstellingen? Ik ging vanaf het begin in overleg met de vaste medewerkers om te weten welke
materialen er de moeite zijn om op te nemen in het kenniscentrum. Vooraleer ik een vorming kon geven aan anderen, was het uitermate belangrijk om zelf eerst te weten met welke criteria er allemaal dient rekening gehouden te worden om een dergelijke erfgoedcollectie te hervormen.

Verder vroeg ik me af op welke wijze de uiteindelijk samengebrachte erfgoedcollectie over Knokke-Heist ontsloten zal worden voor mensen die hier gebruik van wensen te maken: wat komt er online beschikbaar, wat wordt enkel ter beschikking gesteld voor mensen die HEY komen bezoeken? Het is immers de bedoeling dat vanaf de opening van het nieuwe kenniscentrum de hervormde collectie op eenvoudige wijze raadpleegbaar is.

Samenwerken is een must!

Niet alleen ben ik trots op het verwezenlijken van de herziening, evaluatie en uitdunning van de lokale erfgoedcollectie. Ook ben ik fier op de band die ik intussen heb kunnen opbouwen met mijn stagementor en de andere medewerkers op de werkvloer. Dit komt het project immers alleen maar ten goede. Op regelmatige tijdstippen overlegde ik bovendien met mijn stagementor en het diensthoofd, zodat ik meteen verder kon met de realisatie van het project. Daarnaast stonden er verschillende vergadermomenten met
de erfgoedcoördinator op het programma om de stand van zaken te bespreken en ook vooruit te kijken.

Ook andere taken

Ik legde me niet alleen toe op het vormgeven van de vernieuwde gemeentelijke erfgoedcollectie, maar maakte geleidelijk aan ook kennis met een arsenaal aan taken van de gemiddelde bibliotheekmedewerker. Ik kreeg dus niet alleen de kans om de vernieuwde erfgoedcollectie voor HEY vorm te geven, maar mocht tussendoor ook proeven van dagdagelijkse taken waarmee een bibliotheekmedewerker mee geconfronteerd wordt: mensen te woord staan, kranten en tijdschriften in orde brengen, baliewerk, boeken wegzetten, Itsme helpen activeren, leeszaalpermanentie… Daarnaast hielp ik reeds enkele keren
mee bij Digidesk. Hier kunnen mensen terecht met allerhande soorten vragen over hun computer, laptop, tablet, smartphone …

Vorming

In februari was het dan eindelijk zover! Ik mocht de zelf in elkaar gestoken vorming geven aan de voltallige projectgroep, inclusief mijn stagementor. De interne vorming ging over het beheer van de erfgoedcollectie
en hoe je ervoor zorgt dat deze actueel blijft. Hierin legde ik duidelijk uit aan welke eisen er voldaan moeten worden om van een degelijke en actuele collectie te kunnen spreken. Denk bijvoorbeeld aan het wieden van irrelevante werken, het afvoeren van dubbele exemplaren, maar zeker ook aan het toevoegen
van essentiële erfgoedstukken. Verder bracht ik duidelijk in kaart welke (soort) boeken er al dan niet zullen meeverhuizen naar het nieuwe kenniscentrum. Voor de planning en uitwerking van deze sessie heb ik reeds verschillende malen samengezeten met mijn mentor om het nodige onderling te bespreken.

Supervisiemomenten

De afwisseling van stage lopen en les volgen is vast en zeker een grote meerwaarde binnen het graduaat Informatiebeheer aan de Arteveldehogeschool in Gent! De mix van het praktijkgericht leren en het opdoen van kennis tijdens de lessen is een héél interessante combi! Je leert nu eenmaal niet alleen van het ene of andere, maar net door de afwisseling van de twee. Daarnaast krijgen we tijdens specifieke momenten, genaamd ‘Supervisies’, de kans om ervaringen uit te wisselen over dingen die we leerden op stage, opgedane kennis, praktijkcases op stage… De toffe groepssfeer en het fijne welkomstgevoel zorgen er immers voor dat je je meteen op je plek voelt, zowel in de opleiding als op de praktijkplaats.

Zelf vond ik de supervisiemomenten erg verrijkend! Niet alleen omdat je inhoudelijk heel wat bijleerde, zoals hoe je een duidelijke projectfiche en vlotte presentatie maakt, maar resoluut ook door de ervaringen en meningen van medestudenten. Op deze momenten nam ik de rol op van een enthousiaste,
hulpvaardige student met een hart voor mijn medestudenten. Met mijn liefde voor de sector wil ik immers anderen aansporen om zoveel mogelijk hun talenten in te zetten en er te zijn voor elkaar.

Zowel gedurende het eerste als het tweede semester was er sprake van een accurate opvolging en begeleiding, zowel tijdens als buiten de lessen. Een voorbeeldje hiervan is het snelle antwoord bij prangende vragen of berichtjes die ’s avonds laat nog door de stagementor of docent beantwoord werden.

Conclusie

Ik kan dus besluiten dat ik reeds heel wat kennis heb mogen verwerven in de voorbijé maanden en hoop dan ook dat dit in de toekomst alleen maar exponentieel kan blijven toenemen! Eén van mijn motto’s is niet voor niets “Het is nooit te laat om iets nieuws te leren”. Wat ik graag zou willen meenemen naar de toekomst is het feit dat je op je eentje nergens staat, maar een enthousiast team en toegankelijke collega’s rondom je nodig hebt, want Teamwork, makes the dreamwork!

Dankwoord

Ik wil heel graag in eerste instantie mijn praktijkdocent Ann Van De Vijver en stagementor Sofie Leyns bedanken voor de uitstekende begeleiding en fijne babbels tussendoor. Daarnaast waren ze het aanspreekpunt bij uitstek in geval van vragen, problemen of bij andere prangende zaken. Daarnaast wil ik
ook Lieva Buysse en Christine Bonny bedanken voor de aangeboden hulp bij het invoeren of afschrijven van de boeken in Wise. En last, but not least, Thomas De Groote, diensthoofd bibliotheek & erfgoed én Thomas Hoeberigs, erfgoedcoördinator binnen de gemeente Knokke-Heist.


%d bloggers liken dit: