Leestip: Th&ma2 Hoger Onderwijs ‘publiceren zonder drempels’

Lore Demedts, medewerker van de dienst onderwijsbeleid, las voor ons het laatste themanummer van Th&ma (ja, het wordt een beetje meta) over publiceren en Open Access: publiceren zonder drempels.

Th&ma 2

TH&MA signaleert al 26 jaar de laatste nationale en internationale ontwikkelingen en deelt ervaringen van collega’s uit het vakgebied.

Er werden onder meer veel kritische vragen gesteld over de enorme hoeveelheid aan publicaties in covid-tijden met een zeer gebrekkige kwaliteit.

In een interview met Robert-Jan Smits, ziet deze voormalig speciaal Europees gezant voor open access, open acces als een morele zaak: kennis die met belastinggeld is vergaard dient voor iedereen beschikbaar te zijn. Is de tijd van de glanzende en dure tijdschriften dan voorbij? De jonge generatie staat inderdaad meer open, voor sharing en sustainability.

In De uitgeverij en de bibliotheek schetst Leo Waaijers, bibliothecaris in TUDelft, hoe kenniscirculatie zich op een tweesprong bevindt. In de digitale revolutie van het wetenschappelijk publiceren zijn de grote klassieke uitgevers het best weggekomen: de bibliotheken hebben flinke averij opgelopen. De universiteitsbibliothecaris maakt plaats voor een verandermanager. De zeggenschap over onderzoeksdata, vaak onderdeel van publicaties, is een heet hangijzer.

Jeroen Sondersvan (Universiteit Utrecht) ziet in Ongelimiteerd toegang tot wetenschap toch wel wat haken en ogen aan open acces. Door het streven naar open access verandert de manier van wetenschap bedrijven in hoog tempo. Toch lijkt een permanente vrije toegang tot publicaties geen eenvoudige opgave. Open, is niet echt ‘open’. De kernboodschap is dat onze internationale toppositie op het spel zal komen te staan

De plannen van cOAlition S: De deur open naar wetenschappelijk werk gaat in op de vele voordelen van open access voor de snelle verspreiding van de wetenschap, waar iedereen het wel over eens is. Helaas loopt de realiteit achter op de wens. Daarom heeft Plan S één doel voor ogen: publicaties volledig en onmiddellijk beschikbaar maken.

Irene van Rossum (Amsterdam University Press) schetst in Uitgeven kost tijd en geld: Overleven in een fragiel systeem de vraag die sommige mensen zich stellen: wat doen uitgeverijen in ruil voor de royale winst die ze behalen? De ene uitgever is echter de andere niet. Het komt erop neer dat uitgeven, net als lesgeven en onderzoek, veel tijd en geld kost.

Ook in Een gedeeld idee van waarheid: de ambitie van uitgeverij Brill wordt ingegaan op de valkuilen en mogelijkheden van een systeem van open access

In Tijd voor een organischer model: peerreview in de aandachtseconomie beschrijven Remco Heesen (Rijksuniversiteit Groningen) en Liam Kofi Bright (Londen School of Economics) hoe vaktijdschriften experts inzetten om bijdragen te beoordelen, zodat de geïnteresseerde leek weet welke mening hij serieus moet nemen. Op zichzelf een goed systeem maar met een negatieve invloed op de tijdsbesteding van wetenschappers. Zij pleiten daarom voor peerreview na publicatie.

Gerben ter Riet (Hogeschool van Amsterdam) vraag zich in Ken je beperkingen en schrijf ze op: zelfkritisch kijken naar je eigen werk af of we schrijven om te informeren, te overtuigen, te inspireren of om tot actie aan te zetten? Daarom stelt hij voor om een lijst met beperkingen van je onderzoek te maken en die toe te voegen als bijlage.

Van nieuwsgierigheid naar vooruitgang: de complementaire rol van praktijkgericht onderzoek is van de hand van Alex Verkade (Regieorgaan SIA, Utrecht). Praktijkgericht onderzoek streeft per definitie naar openheid. De uitgangspunten van open science passen daarom uitstekend bij het hoger beroepsonderwijs. Maar in de uitwerking is de aansluiting alleen nog niet overal even naadloos. De belangrijkste vraag is misschien wel: werkt het? Maken we het gewenste verschil? Het is essentieel dat we die publicaties niet zien als representatief voor de totale kennisproductie.

Jeroen Kuijper (Hogeschool van Amsterdam) schreef Dit artikel bestaat niet: Over publiceren en vindbaarheid. Optimaal gebruik maken van de beschikbare middelen voor een betere vindbaarheid helpt onderzoekers bij het verkrijgen van een grotere zichtbaarheid. Een steeds grotere stroom aan informatie maakt het filteren en vinden steeds belangrijker. Het is grotendeels handwerk van experts die goed thuis zijn in een vakgebied. Het is vinden en gevonden worden – trouwens niet alleen voor wetenschappers.

De afsluiter van het tijdschrift is van de hand van onze onderwijsoptimist, Dirk Van Damme: Het verborgen curriculum. You’re hired for your knowledge, but you’re fired for your social skills. Studenten bleken in vier jaar nauwelijks voortgang te boeken inzake kritisch denken.

We kennen Mercator, maar ken je Ortelius?

Abraham Ortelius door PP Rubens

Als eerste cartograaf en geograaf kwam de Vlaming Abraham Ortelius (1527-1598) op het idee om de beste en meest betrouwbare kaarten van zijn tijd te bundelen in één volume: het Theatrum orbis terrarum.

Hij is dus de uitvinder van de Atlas.

Je kunt die online doorbladeren. Echt iets voor mogelijke natte zomerdagen.

Leestip: het huidige succes van Kate Bush verklaard

Kate Bush staat voor het eerst in de Amerikaanse Billboard top-10 met een single dat 37 jaar oud is. In de jaren tachtig was Kate Bush populair in het Verenigde Koninkrijk en Europa, maar brak nooit echt door in de Verenigde Staten.

In de slipstream van de waanzinnige Netflixreeks “Stranger Things” leerde een nieuwe generatie Kate Bush kennen. Haar fantastisch nummer “Running up that hill” onderstreept één van de sleutelscènes van de reeks.

Volgens Carrie Battan, in de New Yorker, heeft deze onverwachte populariteit deels te maken met de informatieoverdaad en de digitale prikkels in onze huidige samenleving.

Information overload and constant digital stimulation have prompted us to compulsively seek refuge in our cultural past, where characters, story lines, and hit singles are reliable and predictable. 

Carrie Battan, The New Yorker

Het volledige artikel is meer dan de moeite waard.

Voor wie het steengoede weekblad The New Yorker niet kent: het tijdschrift draait om de stad New York, maar kent ook een groot lezerspubliek buiten de stad. Het tijdschrift geniet vooral bekendheid vanwege zijn commentaar op de Amerikaanse popcultuur en de vele korte verhalen.

Zelf omschrijven ze het zo:
In 1925, Harold Ross established The New Yorker as a lighthearted, Manhattan-centric magazine—a “fifteen-cent comic paper,” he called it. Today The New Yorker is considered by many to be the most influential magazine in the world, renowned for its in-depth reporting, political and cultural commentary, fiction, poetry, and humor. In addition to the weekly print magazine, newyorker.com has become a daily digital destination for news and cultural coverage by staff writers and contributors. In print and online, The New Yorker stands apart for its commitment to truth and accuracy, for the quality of its prose, and for its insistence on exciting and moving every reader.

Leestip: Het ongeduld van digitale archieven

De zomereditie van Apache Magazine is uit.

Voor wie Apache niet kent: Apache is een kritisch en onafhankelijk online nieuwsmedium. Op hun website stellen zich voor als:


Apache stelt de vragen die commerciële mediabedrijven uit de weg gaan. Als onafhankelijk nieuwsmedium leggen we machthebbers het vuur aan de schenen. Zo geven we een stem aan mensen die er geen hebben. Onze onderzoeksjournalisten nemen de tijd om bloot te leggen wat er misloopt. Zo lees je bij Apache wat iedereen zou moeten weten.

De zomereditie van Apache magazine 2022

Enkele malen per jaar brengen ze een papieren editie uit, mooi vorm gegeven en ideaal om op je zomerterras te lezen.

In dit laatste nummer brengt Ellen Debackere een kritisch artikel over de digitale archieven België.

Ze bepalen het herinneren en het vergeten van een maatschappij, vormen de kern van onze democratie. Het belang van archieven valt nauwelijks te overschatten, maar toch dreigt met de digitale omslag een deel verloren te gaan van de onwaarschijnlijke rijkdom die ze herbergen. Lieden hoge kosten, steekvlampolitiek en een ingewikkelde staatsstructuur naar een digital dark age?